Flexibilisering – hoe doe je dat (niet)?

De commissie Rinnooy Kan wees afgelopen jaar op het belang van flexibel onderwijs voor ‘werkende professionals’. Nu kan flexibilisering veel dingen betekenen, maar ik wil me in deze bijdrage richten op twee aspecten: flexibiliteit in de plaats waar je leeractiviteiten uitvoert, en flexibiliteit in het tijdstip waarop je dat doet.

Voor de opleiding waar ik als docent aan verbonden ben, de Utrechtse lerarenopleiding wiskunde, is de behoefte aan flexibiliteit heel zichtbaar. We werden twee jaar geleden geconfronteerd met een vraag van schoolbesturen in Limburg. Men wilde zittende tweedegraadsdocenten opscholen tot het eerstegraadsgebied, maar er was geen opleiding die dit aanbood binnen een acceptabele reisafstand. Hier heeft mijn opleiding op ingespeeld.

Flexibilisering bereiken

Een voor de hand liggende manier om flexibiliteit te bereiken, is het terugbrengen van de tijd die studenten in de collegezaal moeten doorbrengen. De reductie van lestijd kun je vervolgens opvangen door, met moderne technologie, zelfstudie optimaal te faciliteren. Dit gaat in mijn ogen echter voorbij aan een belangrijke component van leren, namelijk de interactie tussen studenten onderling. Voor ons Limburgse onderwijs hebben we daarom stevig ingezet op leerteams: kleine groepjes studenten die samen leren (wat niet hetzelfde is als ‘samen aan één product werken’).

In de regio Limburg lijkt dit leerteamwerken een redelijk succesvolle aanpak, die inderdaad leidt tot meer flexibiliteit – studenten hoeven immers nog maar een paar keer per jaar naar Utrecht af te reizen en hoeven hun studietijdstip slechts af te stemmen met een paar medestudenten. Daarom zijn we gaan onderzoeken of deze aanpak óók bruikbaar is in ons reguliere onderwijs. Het gaat dan om studenten die bereid zijn wekelijks naar Utrecht af te reizen, maar die hier soms toch lang voor onderweg zijn of moeite hebben hun studie te combineren met een drukke onderwijsbaan en hun privéleven – zie de argumenten van de commissie Rinnooy Kan.

We zijn bij wijze van experiment binnen een aantal cursussen flexibiliteit gaan inbouwen. Het blijkt dat studenten uit zichzelf niet kiezen voor leerteamleren. Een aantal vindt minder klassikale tijd fijn, omdat ze inschatten er met zelfstudie wel uit te komen – dit zijn studenten die uit zichzelf vaak al de regie over hun leerproces pakken. Maar een aanzienlijk aantal geeft te kennen helemaal niet minder klassikale tijd te willen. Ze zien dit vaak als dé manier om te zorgen dat hun studietijd niet wordt gekaapt door andere verplichtingen.

Maar er gebeurde in het experiment nog iets veel frappanters. Ik gaf een cursus op de woensdagavond, waarbij ik het leerteamleren min of meer afdwong. Van de zeven leerteams kozen zes ervoor om wekelijks na afloop van de bijeenkomst op het instituut te blijven werken – tot half tien of zelfs tot tien uur ’s avonds. Daarmee was de tijd waarop ze in Utrecht aanwezig waren langer dan in de traditionele situatie.

Blijkbaar is de vraag naar meer flexibiliteit een genuanceerde.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *