In Kakuma betekent onderwijs iets heel anders dan hier.

Begin december zijn vier docenten en een filmmaker van de lerarenopleiding van Hogeschool Utrecht naar vluchtelingenkamp Kakuma in Kenia gegaan. Het doel: docenten die op middelbare scholen lesgeven te onderwijzen in lesgeven. In Kakuma gaat maar 3% van de kinderen die naar de middelbare school moet gaan, daadwerkelijk naar school. Wánt ze kunnen of mogen niet (meisjes), wánt er zijn geen docenten; wánt er zijn geen plekken om onderwijs te geven. Kakuma is een kamp waar minstens 10 nationaliteiten verblijven, uit o.a. Zuid-Soedan, Somalië, Ethiopië, mensen afkomstig uit gebieden waar oorlog, politieke onrust, gewelddadigheid heerst. Zo’n 190.000 inwoners verblijven er, waarvan ca. 90.000 kinderen. De docenten die lesgeven hebben zelf meestal geen lesbevoegdheid; met wat geluk hebben ze net zelf hun middelbare school afgerond. Zestig van die student-docenten zijn door vier van ónze docenten (Nicole Reith, Stephanie Edwards, Frans Kriger en Hans van Bergen) begeleid en gefilmd door Lucas Westerbeek.

Het was nogal een vraag: ontwikkel voor 60 mensen en 10 key-users een programma voor docenten-to-be. Over zes maanden tijd krijg je telkens een aantal momenten waarin je de groep kunt zien. We starten over zes weken. Valkuilen voldoende: we kennen de cultuur niet, noch de leefomstandigheden, het beginniveau, de lesomgeving, de technische mogelijkheden.. Maar de potentie was groot, de vraag om onze onderwijsinnovatiekennis in te kunnen zetten ook. En we hebben een maatschappelijke opdracht.

In korte tijd hebben de docenten een driedaags programma ontwikkeld voor de pilot: een trainerskills, curriculum design, 21st century skills. Alles gericht op de toepasbaarheid voor de eigen leeromgeving van de student-docenten. Het enthousiasme voor de workshops en de tools die ze kregen, creëerde synergie tussen de student-docenten en trainers. De studenten vertellen in de film (link) dat hun wereld is veranderd na deze dagen. De docenten vertellen hetzelfde:  je blik op wat normaal is verandert compleet; de wereld hier lijkt ‘over the top’, is verspillend, we hebben én gebruiken hier veel meer dan nodig.

Nicole: “Wij kwamen in een wereld waar onderwijs iets heel anders betekent dan hier. In Kakuma is onderwijs over het algemeen heel directief. Wij hebben de studenten middelen aangereikt om dat op een andere manier aan te pakken en ook gebruik te maken van de buitenwereld. We hebben de leerlingen in staat gesteld samen te leren ipv alleen te leren van de leraar.”

“Wij zijn gewend aan het gebruik van technologie en zetten dat ook volop in in het onderwijs; stroom en wifi zijn overal en altijd aanwezig– daar niet dus. En ook al weet je het van te voren, het valt toch vies tegen wat dat betekent. Waar we student-docenten via een digitaal platform wilden blijven volgen en instrueren, blijkt al snel dat de voorzieningen niet toegankelijk zijn. Zeer beperkt wifi, geen toegang tot een gebouw met apparatuur. Enkele cursisten zitten op Facebook, en laten op die manier iets van zich horen, maar het blijkt moeizaam om echt contact te krijgen.  Des te groter is de noodzaak dat we wifi en goed werkende technische middelen van de grond krijgen, dan ligt daar echt de meerwaarde en komt het lesprogramma pas echt van de grond.”

Terugblikkend op de dagen in Kakuma zegt Nicole: “Wat het meest opviel was de ongelooflijke leergierigheid van docenten, de enorme wil om iets te bereiken, ondanks de beroerde omstandigheden.” Er is zo veel veerkracht, wilskracht en gedrevenheid. “Wat doe je als je malaria hebt, doodziek bent, hoge koorts hebt en een uur moet lopen om bij de trainingslocatie te komen?? … Je gaat.”

“Het kamp is groot, maar je krijgt het pas echt door als je het ziet. Een paar keer hebben we mensen weggebracht en dan zie je pas de omvang van het kamp en hoe ver ze moesten lopen. Dat tartte elke beschrijving. Dat geldt ook voor het kamp zelf: alles is bouwmateriaal, elk ding dat iets kan afsluiten of maken wordt gebruikt: plastic, rechte stokken, kromme stokken, golfplaat, jute zakken  – je kunt het zo gek niet bedenken: het is allemaal nuttig.”

Ondanks alles zagen we mensen die hun menswaardigheid blijven bewaren. “Dat was zo bijzonder omdat je ook de omstandigheden ziet waaronder mensen moeten functioneren. En dat in een omgeving als het kamp, de ruimte waarin mensen verblijven, de schaarste aan voedsel. Elk maaltijd is een welkome maaltijd, dus tijdens de training hebben we hen eten gegeven; dat hoefden ze dan niet weg te halen bij de eigen familie. En je eet alles op wat je voorgezet krijgt, want je weet niet wat je morgen te eten krijgt.”

Er zijn vele verhalen te vertellen, over de training zelf en zeker ook over de mensen, de omstandigheden in het kamp… Lees ook over het programma op de HU website Over hoe we verder gaan, zullen we berichten. Volg Facebook en voor een indruk, kijk dit filmpje.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *