Leve het krijtbord!

Een tweet van Hartger Wassink leidde mij naar een artikel in Trajectum, het magazine van Hogeschool Utrecht. Collega Ad Franzen houdt een actie om zijn geliefde krijtbord te behouden. Het artikel meldt dat dit van de dienst bedrijfsvoering niet mag, omdat zo’n oud middel niet past bij moderne onderwijsfaciliteiten. Zoals Hartger in zijn tweet al constateert, lijken hier doel en middel te worden verward.

In het didactisch concept blended learning dat we hebben ontwikkeld, zien we modern onderwijs als onderwijs waarin je samenhangende, onderbouwde keuzes maakt in de inrichting van je onderwijs. Bij die keuzes laat je je onder andere inspireren door een breed palet aan technologie. De vraag is dan steeds of bepaalde technologie past bij de activiteiten en leerdoelen die je voor ogen hebt – soms kom je dan uit bij virtual reality, maar evengoed kan blijken dat ouderwetse technologie als tafels en stoelen, pennen en boeken geschikt zijn – of een krijtbord.

Het doel is in het geval van Franzen het leren van statistiek – of algemener, wiskunde. Communiceren van wiskunde is een vak apart. Enkel mondeling is het geen doen, zoals iedereen weet die wel eens per telefoon een wiskundesom heeft uitgelegd. Visuele communicatie is daarom heel belangrijk. Dat gaat echter op een andere manier dan bij veel andere disciplines. Ten eerste is het wiskundige schriftgebruik niet lineair: formules worden aan alle kanten opgebouwd en niet van-links-naar-rechts opgeschreven. Ten tweede is typografie sterk afhankelijk van de betekenis, waardoor veel computerprogramma’s, inclusief Word en Powerpoint, er nog steeds een potje van maken. Digitale uitwerkingen van wiskundeopgaven zijn daarom vaak lastig te doorgronden, tenzij iemand geavanceerde (en tijdrovende) programma’s als TeX gebruikt. Ten derde is het vanuit het oogpunt van didactiek belangrijk dat je formules ziet ontstaan en aan kunt sluiten bij de dynamiek van een bijeenkomst door bijvoorbeeld een spontaan schetsje te laten volgen op een vraag van een student – en dit alles zonder dat definities en reeds gevonden resultaten uit beeld verdwijnen.

Alleen gebruik van Powerpoint of andere presentatiesoftware is dus vaak niet effectief. Gelukkig zijn er op veel plekken ook digitale borden waarop je kunt schrijven. Hoewel deze een krachtige ondersteuning bieden, is het schermoppervlak klein en de gevoeligheid grof. Dat geldt ook voor veel whiteboards en natuurlijk ook voor flip-overs. Bovendien zijn stiften glad en droogt de inkt snel op. Een krijtbord, en het liefst een flinke, lijkt voor veel wiskundigen gewoon het ideale medium te zijn – niet vanuit sentiment of conservatisme, maar vanuit didactische overwegingen!

Ik herinner me een internationale wiskundeconferentie in een hotel op Texel. De organisatoren moesten hemel en aarde bewegen om een krijtbord op locatie te krijgen – toen dat spaak leek te lopen, vreesde men voor de kwaliteit van de conferentie.

Maar oordeel zelf. Hoewel ik liever ander gebruik van het medium film laat zien, maak ik er natuurlijk ook gebruik van om kennis over te dragen. Vergelijk nu maar eens een van mijn kennisclips met een smartboard met een aan de hand van een krijtbord.

Enfin, Ad Franzen krijgt mijn volledige steun. En mocht het niet lukken, dan adviseer ik hem zich in het schrijfleslokaal van de Pabo te laten inroosteren op de zevende verdieping van de Faculteit Educatie. Krijtborden langs alle wanden – een walhalla voor de wiskundedocent.

4 comments

  • Pingback: De strijd om het krijt | ICT en Onderwijs BLOG

  • Topbijdrage Theo en dank daarvoor!
    Ik gebruik zelf geen krijtbord, maar als ik een goed inhoudelijk argument heb, loop ik tegen het langjarig ingehuurde adviesbureau van de FNT directie aan. De adviseur schrijft:
    “Wij begeleiden samen met de Stafdirecteur de verandering in houding van de stafdiensten: van een misbruikte staf naar een gerespecteerde staf.

    Een klein voorbeeld: het roosterbureau zit vol puzzelaars die alle bijzondere en persoonlijke wensen van opleidingen en docenten kennen en bereid zijn op die diversiteit te anticiperen, zelfs als de instituten zelf geen uitzonderingen meer toestaan.

    De staf weerspiegelt ook de houding van de docent die meent dat hij overal over gaat: de aanschaf van nieuwe multimediale schermen wordt zo een onderwijsinhoudelijke discussie.”
    Een onderwijsinhoudelijke discussie wordt niet wenselijk geacht. Maar waar zijn schermen en borden dan voor bedoeld?

  • Theo van den Bogaart

    Zie http://ictoblog.nl/2015/11/26/de-strijd-om-het-krijt voor een zinvolle reactie van Pierre Gorissen.

  • Een goed wiskundecollege staat of valt met de beschikbaarheid van een GROOT krijtbord, en een kraantje en een spons. Die “white boards” schrijven niet prettig en die stiften raken leeg. Electronische borden (smart boards) zijn meestal te klein en storinggevoelig. En waarom zo moeilijk doen als het makkelijk kan ? “Managers bedrijfsvoering” die zelf van toeten nog blazen weten omtrent het wiskunde-onderwijs moeten zich hier niet mee bemoeien. Het is op zich al erg genoeg dat dergelijke nitwits op de loonlijst staan. Ik heb zelf 43 jaar ervaring als docent wiskunde en statistiek. Driemaal was ik prijswinnaar als beste docent van de faculteit (Economische Faculteit van de UvA). Joris Maree was dit jaar gekozen tot beste docent (wiskunde) van de gehele UvA. Ook hij geeft aan dat grote krijtborden het allerbeste medium zijn voor colleges wiskunde en statistiek. Maar bij de renovatie van het Roeterseilandcomplex zijn die allemaal verdwenen. “Je moet meegaan met je tijd” zeggen de onbenullen (managers) die zelf nog nooit een college wiskunde gegeven hebben. Het is echt in-en-in triest. Sic transit gloria universitatis.
    En: groeten aan Ad Franzen, een uitstekende docent , die een tijd lang mijn collega geweest is aan de U.v.A.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *