OEB2016: Ownership of learning

‘Berlijn’ staat er garant voor: veel nieuwe inzichten, vele perspectieven, vele voorbeelden en opzwepende verhalen. Je krijgt al snel het gevoel dat ‘het hier gebeurt’, en dat je aan deze bubble wel móét deelnemen. Meer dan 2000 bezoekers komen hier ook ondergedompeld te worden in honderden workshops en demo-stands. Wat is hot en wat not? Waar gaat het in 2017 om?  Robotica? VR? De race tussen technology en skills? Of… de titel van het congres: Ownership of learning? Het credo is hoe dan ook: Disrupt yourself before you innovate.

Een groep HU-medewerkers heeft opvallende thema’s via apps en twitter gedeeld en tijdens en na de OEB doorgesproken over de onderwerpen en de raakvlakken met het eigen werk. Dat was eigenlijk ook een heel mooie opbrengst van het samen naar Berlijn gaan: elkaar ontmoeten, uitwisselen en van elkaar leren. Moet je daarvoor naar Berlijn? Nee, maar het helpt wel!

Mooie en minder mooie quotes

Veel mooie quotes kwamen voorbij! Een kleine selectie:

 

Who owns learning…. Well, not you baby.”(Robert Schank)

The problem with standarising is that it is not moving very fast.” (Robert Schank)

Gepersonaliseerd of juist niet? (Ulrich Weinberg): “We go from individual to group work, just step away from the individual measure system.”. En aansluitend: “From IQ to WeQ, from encyclopedic working to networking.”

Technology will not transform education, educators will.” (Eric Sheninger)

Innovatief zijn? “Leap forward before you look.” & “I see a huge thing in forgetting.” (Andreas Mack)

“Personalize learning and give them honours and credits for what they learned.”

Let the students see what they are learning let them be engaged.

 

Opvallend was wel dat de OEB niet meer alleen gaat over het leren ‘an sich’, maar dat er ook levenslessen werden geponeerd. Oude bekende, zoals: ‘You need to waste time to learn. Wasting time is the most productive time. Free your mind, so you can learn.’ (Andreas Mack, Marcia Conner). En: “If you do not have enough time, stop doing alll the stupid things. Concentrate on the things that really make a difference.” Hmmm, kennen we dit niet van mindfulness?

Of de uitspraak dat we evolueren van het industriële naar het netwerktijdperk, en gaan co-creëren en netwerken: niet echt nieuw. En als uitsmijter nog een mooie:  “New education perspective: assume that many people know many things rather than few people knowing anything which is so common in education”. Heette dat niet the wisdom of the crowds?

Naast die mooie, dus ook minder bekende quotes die in het moment en het verhaal weliswaar goed passen, maar achteraf niet spannend zijn.

Owning learning

Eigenaarschap van het leren: dat was het centrale thema van de conferentie: het leerproces is van de student. Nu hebben wij, als kenniscentrum het sleuteltje tot diploma’s. Moet dat zo blijven? Studenten geven aan dat ze niet worden opgeleid voor wat ze straks moeten gaan doen. Docenten zeggen dat dat wel zo is. Lukt het ons om dat gat te vullen? We spreken over de student in de lead, maar hoe dat werkt en wat dat betekent moeten we nog uitvinden. Wij zijn allemaal – student én docent – geconditioneerd in een traditioneel systeem. We werken eraan om dat anders in te vullen, door gepersonaliseerd leren of door persoonlijk leren. Het eerste gaat over het toewerken naar een diploma waarbij de eindtermen vaststaan en de weg ernaar toe varieert. Variatie in tempo, niveau, didactiek, leerstijl en inhoudelijke oriëntatie. Bij persoonlijk leren staan de eindtermen niet bij voorbaat vast, maar je gaat op basis van je eigen talenten en inzichten je eigen programma samenstellen. Dat leidt tot een diploma of een portfolio waarin je zelf aangeeft wat je de afgelopen jaren geleerd hebt en waarmee je je eigen accenten legt.

De eerste vorm van leren gaat over het ‘hoe’; de tweede vorm over het ‘wat’. Het laatste gaat ook over wie je eigenlijk bent; waar je kracht zit en wat je verder wilt ontwikkelen. Daar zitten de studenten die willen nadenken over wat wil ik nou eigenlijk leren? Die niet zitten te wachten op een diploma. En die kunnen kiezen uit een veelheid van aanbod dat in hun persoonlijke ontwikkeling het beste uitkomt.

 

Discussie binnen (optimaliseren)  en buiten (het systeem bekritiseren)

De conferentie begon met een plenaire sessie waarin er een duidelijk onderscheid duidelijk werd tussen het denken vanuit het systeem en het denken van buiten het systeem waarbij het systeem an sich ter discussie stond. De eerste positie werd tijdens de opening ingenomen door Andreas Schleicher (OECD, Frankrijk) die vooral inging op het ontwerpen van leren en hoe we dat beter kunnen doen. De tweede positie werd zeer stevig ingenomen door Roger Schank (Socratic Arts & XTOL, USA) die als belangrijkste statement had om alle tests (en eigenlijk gelijk alle opleidingsprogramma’s) te elimineren.

Deze “buitendenkers” zagen we ook terug in andere sessies. Zo stelde Jef Staes: “Kinderen hebben thuis meer toegang tot informatie dan op school…”.  En werd in een andere workshop de toekomst van het diploma ter discussie gesteld. Tijdens de plenaire sessie werd het verbindende standpunt ingenomen door Tricia Wang (Constellate Data, China), zie ook hierboven. Het bracht de twee mannen op het podium niet dichter bij elkaar….

Tools: hoe leren mensen, welke interventies werken en waarom?

Tools kwamen ook volop aan bod. Wat zijn succesvolle interventies om te gebruiken in leerprocessen? Weten wij echt wát er wordt gedaan in de lessen (observeren we lessen? Laten we anderen toe in onze les?). Daar zouden we wel mee bezig moeten zijn, tenminste dat mogen we hopen. In dit kader bleef de rol van video en gaming niet onbelicht. Video was zelfs een van de topics: er was een video card game, waarmee je de vele manieren om video interacties in te zetten aan de speeltafel kunt bedenken.

Marjolein Haagsma (UU) vertelde dat je studenten enthousiast kunt krijgen door in-video-vragen toe te voegen aan je video. Gaming kan waardevol zijn als verrijking van de leeromgeving. Voor alles geldt dat je wel moet weten hóe je het inzet. Weinig aandacht voor MOOC’s dit jaar: die hype is nu wel zo’n beetje over: ‘the life-cycle of a MOOC is 3 years’.

Robotisering is wel weer een dingetje aan het worden: in de vorm van AI (Artificial Intelligence). De gemoederen liepen wel nog even op over dit thema: ‘ik ben als leraar toch niet te vervangen?’ versus: ‘If technology can replace your job, it should.’ Maar gelukkig, voorlopig hebben we niets te vrezen, want een robot is “as smart as a piece of toast”. Wel iets om in de gaten te houden.

Ook het digitale leerplatform kwam aan bod. Hoewel de HU een duidelijke keuze heeft gemaakt, halen we Wilfred Rubens aan over de keuze voor leertechnologie. Volgens hem (of eigenlijk van Merril) moet een LMS:

  1. Solving real world problems
  2. Existing knowledge is activated
  3. New knowledge is demonstrated
  4. New knowledge is applied
  5. New knowledge is integrated (reflection, watch me).

Voldoen wij daaraan, is dan de grote vraag. Binnen de HU proberen we het, maar het kan beter. Dat liet ook de stand van Mentorix (de HUbl leverancier) zien met een demonstratie van de nieuwste ontwikkelingen die mogelijk zijn – helaas nog niet beschikbaar binnen de HU – H5P (video en gaming) en social feeds. Het zou mooi zijn als we zulke functionaliteiten ook binnenkort in onze elektronische leeromgeving kunnen terugvinden.

Naast het gebruik van digitale tools en de leeromgeving kwam digital literacy vaak terug. Deze term werd uitgebreid onderzocht tijdens de conferentie. De afgelopen maanden laten zien dat de wereld zo ingewikkeld is dat de waarde van digital literacy groot is. Hoe leren we studenten feiten van niet feiten onderscheiden, wat is de waarde van informatie, hoe gaan we om met (sociale) media en hoe ga je als professional om met zaken als privacy in een digitale wereld? Welke rol heeft big data hierin? Wat is de betekenis en meerwaarde voor mensen en waar zitten de grenzen van wat we daarmee willen? Dit is een belangrijk thema voor de komende jaren, waar zowel  studenten als medewerkers nog veel in te leren en onderzoeken hebben. Daarbij helpt het volgens een van de sprekers niet om digitale hulpmiddelen zoals mobiele telefoons en laptops te verbieden in de les. Gebruik ze en onderzoek samen waar ze wel en geen meerwaarde voor hebben.

Studentenrol

Voor studenten is E-learning de meest belangrijke reden om te kiezen voor een (distance) learning opleidingsprogramma na inhoud en flexibiliteit v.h. programma. Maar tegelijkertijd weten we niet goed genoeg wat onze studenten verwachten van e-learning of van blended learning. Of verwachten ze niets? En hoe verhoudt zich dat tot wat we aanbieden? Studenten willen graag voorbereid worden! Hoeveel aandacht is daar nu voor?

Veel gehoord was dan ook dat we onze studenten moeten betrekken bij het vormgeven van het curriculum. En betrek ze bij de vormgeving van de ruimtes waar ze leren: wat hebben zij nodig in een schoolgebouw. Creëer een plek die zij hebben bedacht en ingericht. Maak van de HU een plaats waar studenten graag willen zijn. De Westminister University hebben lokalen zo ingericht dat het past bij de (activerende) didactiek.

We spreken veel over gepersonaliseerd leren binnen de HU. Maak vooral een onderscheid met personal learning, zei Eric Sheninger: het laatste gaat over OWNING learning, zie ook hierboven. Laat de student zelf zijn pad bepalen: geef richting waar dat nodig is.

En tenslotte noemen we nog een overtuigend verhaal van een student uit Groningen, Medische faculteit, over een online platform waar studenten en docenten/ hoogleraren op zitten en waarop expertise wordt gevonden, gedeeld en verder ontwikkeld door en  samenwerking in/met beroepspraktijk.

Docentenrol en leadership

De conferentie had een parallel programma dat inzoomde op business. In dit programma veel aandacht voor Learning and development professionals en leiderschap. Zeer welkom voor een organisatie in transitie als de HU. Hoe zorgen we dat we zelf nog meer een lerende organisatie worden en hoe organiseren we talentontwikkeling. Wat zijn de competenties van de professionals in zo’n organisatie en welk leiderschap is daarbij nodig? Vertaald naar de HU: Leren verandert, wat betekent dat voor de rol van de docent de komende jaren, wat moet hij/zij daarvoor kunnen en hoe organiseren we het leren van de docenten? En als laatste: welk leiderschap hoort daarbij?

In de plenaire sessie van de laatste dag legde Diana Laurillard (UCL Knowledge lab, UK) uit hoe de docentenrol aan het veranderen is: de traditionele taken van de docent gaan van meer gericht op kennisoverdracht in de klas naar begeleiding van kleine groepen en individuen. Het ontwerpen en samenwerken krijgt een grotere rol.

Wat moeten die professionals (lees: onze docenten) dan volgens Rob Pearson (Institute for Performance and Learning, Canada) kunnen of leren komende jaren? Interactie staat bij hem centraal. Interactie met je ‘learners’, of studenten.  In alle stappen die je zet (ontwerp van leerarrangementen, ontwerp van leerervaringen, facilitering van leren, enz.) is het belangrijk de lerende actief te betrekken en samen te werken.

Om professionals deze competenties te leren  is alleen cursussen organiseren niet voldoende volgens Anna Garseth (een learning executive van DNV GL Oil & Gas, een oliemaatschappij dus). Het vraagt om een constante ontwikkeling en co-creatie met professionals: samen ontwikkelen, organiseren van expert meetings. Ook werd er veel gewezen op manier waarop geleerd wordt: 70% door te werken, 20% door interactie en 10% door formele training.

 

Laat docenten vooral ook van elkaar leren. En vergeet niet dat het verwerven van cognitieve kennis onderdeel van is educatie omdat je ook gemeenschappelijke kennis nodig hebt.

Grappig trouwens om in deze sessie Patrick Singer, van de Google digital academy, te horen vertellen dat Google eigenlijk vooral een heel groot reclamebureau is dat advertenties verkoopt….

De rol van de docent verandert dus. Daar hoort ander leiderschap bij: een CLO,  de Chief Learning Officer. Deze heeft als opdracht ‘unlocking potential through learning’.

Volgens Xavier Durochat moeten managers hierbij als model dienen, en als ze dit niet kunnen, moeten ze worden vervangen.  Volgens Eric Scheninger (HMH) is er maar een manier om dit te bereiken: Make the jump!

Een favoriete spreker was toch wel Andreas Mack. Hij had het over ‘excellerate learning’: stop met te doen alsof je in control bent; laat je door je intuïtie leiden. Vergeet wat je al weet: this is leaping forward before you look. ”Learn from start-ups, quick learning, and fix it and go forward.” “The only thing in learning is to provide people experiences. To ask, to encourage them. To model to make any difference. Excellerate learning: “bij verschillen en conflicten krijg je een ‘scope’ aan mogelijkheden. Bij het stroomlijnen van kennis maak je dingen gelijk, hetzelfde. Maar, mensen, er is een wereld daarbuiten. Studenten en docenten daarbij begeleiden, en het goede voorbeeld geven, dan ben je een heel eind op weg.”

Afsluitend

In ‘Berlijn’ werd ons duidelijk dat we geen ‘silver bullets’ hebben gevonden, we ontdekken wel dat we al veel doen, en dat we goed bezig zijn. We kunnen ook onderkennen dat we aan het zoeken zijn, dat er veel ideeën zijn, en dat we verder gaan. Dat we vooral moeten doen en blijven experimenteren, en ervaren wat wel en niet werkt.

We moeten ons wel de vraag blijven stellen hoe we relevant blijven, hoe we ervoor zorgen dat we niet de Kodak worden van het onderwijs. De ontwikkelingen gaan erg snel, dus we moeten erg goed blijven nadenken wat onze toegevoegde waarde is. De HU moet daarbij een positieve plaats zijn, waar studenten graag komen: “Create an area where you want to be like Starbucks (wifi, chat), Google (playground),  charging stations all over the place, create a real world environment”. Met een goede combi van onderdelen: onderwijs geven, begeleiding verzorgen, robuust toetsen. We hebben niet meer het alleenrecht op kennis. We veranderen als organisatie. We kunnen het niet meer ‘alleen’ doen, maar moeten het gezamenlijk doen. Met het werkveld én met studenten.  En dat vraagt om andere competenties van professionals. Daarbij gaat het eerder om WeQ dan om IQ. Wij leiden mensen op die onder andere in de corporate wereld gaan werken. Hoe ziet dat er uit in de toekomst? Samenwerken is heel belangrijk daarbij. Wie draagt wat bij? En wat vraagt dat van ons? De docent wordt een learning and development professional die bezig is met: Interactie met stakeholders, met media en met studenten en daarvoor werkt volgens huidige best practices, professionele standaarden en evidence based principes.

Dat laatste punt vonden we wat tegenvallen in Berlijn: er zijn heel veel ideeën, maar er is nog maar heel weinig informatie over wat er echt werkt en wat niet, weinig evidence based praktijken waar we van kunnen leren. Wie weet kunnen we daar als Hogeschool Utrecht komend jaar aan bijdragen.

Auteurs: Sander Toby en Inge Blauw

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *