Van uitwisseling naar samenwerking tot open source – OEB15

Begin december werd in Berlijn de OEB conferentie (Online Educa Berlin) gehouden. Zo’n 1400 professionals van over de hele wereld praatten er over de rol van technologie in het onderwijs. Tien van hen waren afkomstig van de HU, waaronder docenten Arjan Kroon, Annette Schenk en Casper Zuidwijk. Wat waren volgens hen de grootste opbrengsten van de conferentie? Wat zijn de internationale trends – en welke kant moeten we juist niet op? – door Arjan Kroon, Annette Schenk, Casper Zuidwijk.

In het Programma Onderwijsinnovatie van de HU is techniek nadrukkelijk een middel dat is in te zetten om het onderwijs opnieuw vorm te geven. Het is geen doel op zich. Op OEB 2015 zag Casper Zuidwijk deze opvatting terug: “Techniek werd door velen behandeld als iets om het leren mee te faciliteren. De rol van docenten in het hoger onderwijs is daarbij meer en meer die van curator: met vakinhoud en ervaring moet hij content – bijvoorbeeld theorie – selecteren die relevant is voor studenten, om daarmee leeractiviteiten te ontwikkelen die content en praktijk verbinden.” Ook docent Annette Schenk zag die verhouding tussen techniek en onderwijs als een van de belangrijkste thema’s van de conferentie. “Vragen als: wat is de meerwaarde van een fysieke leeromgeving als digitaal alle kennis voorhanden is? En: beperkt je je student door überhaupt in de buurt te zijn als docent; kan hij of zij zich beter of minder goed ontwikkelen als iemand over de schouder meekijkt?” Er waren ook presentaties waar teveel nadruk werd gelegd op techniek en te weinig op de praktische toepasbaarheid. “Zoals over Augmented Reality en Virtual Reality”, stelt Zuidwijk. “Er zijn daar fantastische experimenten en initiatieven mee, maar de vraag blijft hoe we deze techniek kunnen inzetten in het hoger onderwijs.” 
Openstellen, samenwerken en… lego
Inspirerend vond Zuidwijk vooral de keynotes over vergezichten en visies. Hij leerde dat we als hogeschool een flinke voorsprong kunnen creëren op onderwijsinnovatie door onszelf nog meer open te stellen voor de maatschappij. “De betrokkenheid van het werkveld, alumni en eigenlijk iedereen die maar wil, kan gefaciliteerd worden door een Open Source Curriculum te maken. Deel de inhoud van het curriculum met iedereen, zodat iedereen kan bijdragen!” Het is een idee dat hij graag ten uitvoer wil brengen. Ook Annette Schenk werd tijdens de conferentie geïnspireerd om het werkveld nog meer bij het onderwijs te betrekken. “De hogeschool van Amsterdam bijvoorbeeld heeft het programma Model for Education and Result ontwikkeld, waarbij stakeholders werken in zogenaamde ateliers. Hierin vind samenwerking plaats tussen docenten, het werkveld, onderzoekers en studenten. Inspirerend.” Arjan Kroon pleit ook voor meer uitwisseling tussen docenten op het gebied van content. “Studenten genereren binnen hun opleidingen prachtige content, of het nou gaat over fysiotherapie, educatie of techniek. We kunnen daar meer mee doen. Content is het nieuwe geld. Het door studenten gegeneerde materiaal is goed toepasbaar binnen andere doeleinden of binnen eigen opleidingen.” Samenwerking kwam ook aan bod in een door Kroon gevolgde sessie met legoblokken. “We kregen de opdracht: ‘Creëer als groep in vijf minuten een toren van legoblokken’. Verder geen informatie.” Zes personen, elkaar niet kennend, gingen aan de slag en bleken elkaar juist vanuit hun verschillen te inspireren. “Er ontstond een origineel product waar ieder aan had meegebouwd. Sterker nog, er was nu een ‘we’-gevoel in de groep en we waren er trots op.” Zijn conclusie: “Samenwerken kan met iedereen – maar geef de juiste bouwstenen.”
Volgend jaar meer docenten?
De OEB keert jaarlijks terug. Wat Arjan Kroon betreft mogen er volgend jaar wel wat meer docenten van de HU naar toe. “Nu waren het vooral managementleden, afkomstig van verschillende faculteiten. Voor ieder van hen was het van belang goed geïnformeerd te zijn over de toekomst van leren. Maar het is uiteindelijk de docent die de vertaalslag moet gaan maken. Het is belangrijk de technische en didactische vraagstukken juist door docenten te laten overdenken. Zij moeten zich bezig houden met de vraag: hoe past deze ‘disruptive innovation’ in onze HU-cultuur en visie?

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *