Vastzitten aan je diploma

Vraag eens naar de achtergrond van je collega’s en negen van de tien keer past het antwoord – de opleiding die zij hebben gevolgd – bij de plek waar zij zitten. Een onderwijskundige werkt binnen de onderwijssector, een journalist op een redactie, een architect in het bouwkundig domein. Niet zo gek hoor. Een diploma zien we nog steeds als een lifetime ticket: je hebt iets geleerd en een diploma gehaald, je zoekt de bijpassende werkomgeving, doet daar ervaring in op en na een tijdje ben je binnen je domein ergens goed in geworden. Dan doe je ook nog enkele cursussen of opleidingen om je vaardigheden en/of expertise verder te ontwikkelen. En zo blijf je ‘hangen’ in die vergelijkbare omgeving of sector. Maar wat, als die omgeving wegvalt of de structuur van je domein verandert? Kun je dat diploma ook in andere contexten dan de journalistiek, de bouwkunde of het onderwijs gebruiken?

Juist dat zijn de vragen die we binnen het onderwijs steeds meer stellen: ga je werken in het domein of beroep waarvoor je bent opgeleid? Nu domeinen en beroepen snel veranderen is dat steeds minder logisch. En wat, als je om de één of andere reden niet meer in ‘jouw’ wereld kunt werken? Of als je iets heel anders wilt? Hoe zorg je er dan voor dat je nog steeds maatschappelijke waarde hebt of krijgt? We zijn geneigd dat thema nu vooral in te vullen door ‘leven lang te leren’ programma’s, maar je kunt je afvragen of dat nog wel voldoende is.

Het bovenstaande was één van de thema’s die werd behandeld op de Lifelong Learning Conference ‘Identifying the role of higher education’, van de Singapore University of Social Sciences afgelopen november. Ruud Duvekot, assessment en valideringsexpert bij de lerarenopleiding was een van de sprekers op deze conferentie die ging over de veranderlijkheid van de rol van leren in de hedendaagse samenleving. Leven lang leren is in Singapore ‘hot’. De overheid investeert op grote schaal in de intensieve kennisindustrie en bijbehorende kennisinfrastructuur. Het is een onderdeel van nationaal beleid, gestoeld op de visie dat een diploma geen zekerheid voor de toekomst meer biedt, zowel voor het individu als voor arbeidsmarktorganisaties.

Ruud Duvekot sprak over de waarde die het zelf managen van competenties heeft. Zelf leren onderkennen wat je persoonlijke waarde en kerncompetenties zijn om die vervolgens te benutten en je kansen in de samenleving te vergroten. Dan moet je blijven investeren in jezelf en verbinding maken met instellingen en organisaties waar je je persoonlijke waarde kunt verbeteren door te leren en te werken. Hij noemt dit de dialoog van valideren en leren die zich richt op het verbinden van persoonlijke waarde met de waarde die is te vinden in het onderwijs bij een hogeschool of op de arbeidsmarkt. Om goede verbindingen te maken moet je natuurlijk wel je persoonlijke waarde kunnen benoemen; en dat gaat verder dan vertellen welk diploma je hebt. Kijk over de muren van je diploma heen om te weten wie je bent en wat je allemaal kunt bereiken. De grenzen aan je inzetbaarheid zijn groter en breder dan het domein en het niveau van je diploma.

De Australische hoogleraar John Buchanan sprak over het vastzitten in een diploma: je ervaring/expertise wordt steeds breder, maar blijft voornamelijk binnen het domein. Je ziet weliswaar mensen bewegen van het ene domein naar een ander, maar dat vraagt veel aanpassingsvermogen en een brede en creatieve kijk op de verschillende domeinen. En dat, terwijl, zo sprak deze ervaringsdeskundige, de verschillende domeinen vaak veel van elkaar kunnen leren. De Australiër had longitudinaal onderzocht hoe mensen zich gedurende hun leven ontwikkelen en carrièrestappen maken. Zijn conclusie was dat arbeidsmobiliteit zich vooral voordoet binnen de sector waar men is begonnen en nog niet zo tussen de sectoren.

Bij zulke processen speelt het activeren van de bewustwording van transversale competenties van kennis, houding en gedrag een belangrijke rol. Wat simpeler gezegd: de benutting van dezelfde competenties in verschillende contexten kunnen vormgeven. Deze brede waarde van je eigen competenties moet je meestal zelf organiseren en verantwoorden; een andere omgeving dan de gebruikelijke zal moeten wennen aan de transversale waarde van andere dan de formele domeincompetenties. Die vertaalslag moet je zelf maken; dus moet jíj kunnen aangeven wat de transversale of overdraagbare waarde is van jouw kennis en kunde is in een andere omgeving of sector dan de voor jouw gebruikelijke omgeving of sector.

Joris Luyendijk is een mooi voorbeeld van iemand die zijn transversale vaardigheid heeft benut in z’n carrière: universitair geschoold arabist, Arabischsprekend en geïnteresseerd in de journalistiek, maar niet journalistiek opgeleid. We kennen allemaal zulke voorbeelden in onze eigen omgeving. Joris is een voorbeeld van het benutten van persoonlijke transversale competenties om te kunnen switchen tussen functies en sectoren. De meeste mensen blijven echter ‘hangen’ in de logische of zichtbare toepasbaarheid van hun competenties in voor hun bekende functies, sectoren of domeinen. Ze investeren minder in het grip krijgen op de eigen inzetbaarheid in functies en sectoren met minder logische of meer onzichtbare verbindingen met iemands persoonlijke waarde. Iemands transversale vaardigheid biedt dan veel innovatiemogelijkheden: zien wat er in een andere sector gebeurt, en dat toepassen binnen de eigen sector. Of in een andere sector toepassen wat in de van origine eigen sector gebruikelijk is. Mensen die hierin ontwikkelkracht hebben opgebouwd zouden wel eens heel waardevol kunnen zijn – we vragen immers steeds meer van iemands inzetbaarheid. Maar om dat duurzaam te managen is vooral een persoonlijke verantwoordelijkheid. Tijd dus om daar aandacht aan te besteden, niet alleen bij onze studenten maar ook in onze sector; want zoveel is duidelijk: duurzame inzetbaarheid van menselijk kapitaal is een sectoroverstijgende verantwoordelijkheid waarbij de hogeschool de student hierin goed kan ondersteunen.

Een meer holistische benadering van het inzetbaarheidsvraagstuk leidt tot verbinding en formeel en informeel leren; leidt tot gebruik van een diversiteit aan leeromgevingen; leidt tot meer zelfregie over leren en loopbaan. Belangrijke factor is het prikkelen van je eigennieuwsgierigheid: hoe werkt het daar, hoe zit het in elkaar? Het is tijd om dit nog grotendeels onontgonnen terrein te gaan verkennen.

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *